Wanneer samenwerken anders loopt: neurodiversiteit op de werkvloer
- anne-marietouquet
- 19 mrt
- 7 minuten om te lezen

Neurodiversiteit en werkculturen: wanneer verschillen onzichtbaar blijven
Wanneer we kijken naar hoe werkculturen vandaag georganiseerd zijn, zien we dat er al heel wat aandacht is voor verschillen in persoonlijkheid en gedrag.
Wat wel nog vaak onderbelicht blijft, is een diepere laag: dat mensen niet alleen anders denken of communiceren, maar dat informatie op een andere manier wordt verwerkt, waardoor ze de wereld ook anders ervaren.
Dat is ook waar het begrip neurodiversiteit naar verwijst.
Neurodiversiteit gaat uit van het idee dat verschillen in hoe mensen denken, voelen en informatie verwerken geen afwijkingen zijn, maar natuurlijke variaties binnen het menselijk brein.
Hoogsensitiviteit (HSP) is voor veel mensen ondertussen een bekend begrip op de werkvloer.
HSP’ers merken vaak subtiele signalen op die anderen ontgaan en verwerken prikkels intenser en diepgaander.
Tegelijk verwijst neurodiversiteit naar een bredere realiteit: dat mensen niet alleen gevoeliger kunnen zijn voor prikkels, maar dat er ook diepere verschillen bestaan in hoe informatie wordt verwerkt en beleefd.
Daarbinnen zien we verschillende manieren van functioneren, die vandaag nog te vaak geïnterpreteerd worden als stoornissen of labels, waardoor er onterecht een hardnekkig taboe blijft bestaan.
Bij autisme wordt informatie vaak meer letterlijk en gedetailleerd verwerkt.
Taal wordt preciezer genomen, en er is vaak een sterke gevoeligheid en nood voor structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Bij ADHD zien we eerder een snel, associatief en dynamisch denkpatroon.
Ideeën volgen elkaar in hoog tempo op en wanneer men zich in iets interesseert, kan er een sterke focus en gedrevenheid ontstaan. Aandacht wordt daarbij vaak op een andere manier gestuurd, waardoor het moeilijker kan zijn om die bewust te richten op taken die minder intrinsiek motiverend zijn.
Bij AuDHD, een combinatie van beide, komen die werelden samen.
De nood aan duidelijkheid en structuur gaat hand in hand met een brein dat voortdurend in beweging is en verbanden legt.
Het zijn precies die onderliggende verschillen in verwerking en waarneming die maken dat communicatie, samenwerking en sociale interacties soms anders verlopen dan we verwachten.
Wanneer verschillen onzichtbaar blijven
Wanneer verschillende manieren van denken samenkomen binnen dezelfde organisatie, worden die verschillen niet altijd meteen herkend of benoemd.
Vaak zijn ze zelfs nauwelijks zichtbaar.
Veel mensen hebben doorheen de jaren geleerd om zich aan te passen aan wat er verwacht wordt.
Ze observeren, stemmen af en verbergen kleine signalen die zouden kunnen opvallen.
Daardoor lijkt het aan de buitenkant alsof iedereen op dezelfde manier functioneert.
Maar onder die oppervlakte spelen vaak andere processen...
Die verschillen tonen zich zelden expliciet, maar eerder in kleine, alledaagse momenten:
in misverstanden tijdens gesprekken...
in uiteenlopende verwachtingen rond communicatie en samenwerking...
of in het tempo waarop informatie wordt verwerkt en beslissingen genomen worden.
Wat voor de ene persoon logisch en vanzelfsprekend voelt, kan voor iemand anders minder duidelijk of minder natuurlijk aanvoelen.
Sociale dynamieken en ongeschreven regels
In veel werkculturen bestaan er ook tal van impliciete sociale regels.
Hoe je een vergadering binnenkomt,
wanneer je iets zegt of net beter even wacht of helemaal niets zegt,
hoe direct je feedback mag geven,
of hoe zichtbaar je jezelf maakt in een groep...
Voor mensen die deze sociale codes spontaan aanvoelen, verloopt dat meestal moeiteloos.
Maar voor iemand die anders denkt of communiceert, zijn die regels niet altijd vanzelfsprekend.
Ze worden zelden expliciet benoemd, maar hebben wel een grote invloed op hoe iemand wordt gepercipieerd.
Daarnaast spelen er vaak nog andere, minder zichtbare dynamieken.
Denk aan informele gesprekken aan de koffiemachine,
kleine grapjes, subtiele humor of ironie,
of gesprekken waarin meer wordt gezegd tussen de regels dan letterlijk uitgesproken wordt.
Soms lijkt het alsof twee mensen exact dezelfde woorden gebruiken, maar toch een volledig ander gesprek voeren.
Waar de ene persoon vooral luistert naar wat er letterlijk gezegd wordt, leest de andere persoon mee in toon, context en onderliggende verwachtingen.
Voor iemand die sterk gericht is op duidelijkheid en inhoud, kan dat verwarrend zijn.
Hoe reageer je immers op iets wat nooit expliciet werd uitgesproken?
Ook sociale gewoontes spelen hierin een rol.
Samen lunchen, small talk, “erbij horen” in informele momenten, het wordt vaak gezien als vanzelfsprekend onderdeel van werk.
Maar niet iedereen haalt daar energie uit.
Sommige mensen hebben meer nood aan rust of stilte om zich beter te kunnen concentreren, en kiezen er bewust voor om zich daar minder in te mengen.
Dat kan echter al snel geïnterpreteerd worden als afstandelijk, niet sociaal of geen “teamplayer”, terwijl dat niets zegt over hun betrokkenheid, competentie of bijdrage. Dit leidt ook vaak tot het pijnlijke gevoel anders te zijn en niet aanvaard te worden in een groep.
Ook meer complexe sociale dynamieken zoals roddelen of onderlinge spanningen worden niet door iedereen op dezelfde manier begrepen of aangevoeld.
Voor sommige mensen zijn dat impliciete spelregels die “erbij horen”.
Voor anderen voelt dat net onlogisch, verwarrend of moeilijk om zich toe te verhouden... Want waarom zou je praten over iemand, terwijl die persoon er niet bij is? Waarom kan je niet transparant en direct zijn?
Wanneer communicatie anders wordt geïnterpreteerd
Dat betekent niet dat er een gebrek is aan sociale vaardigheden of betrokkenheid. Integendeel.
Veel neurodivergente mensen beschikken net over zeer sterke kwaliteiten zoals analytisch denken, patroonherkenning, opmerkelijke creativiteit en een grote intrinsieke motivatie om dingen grondig te begrijpen.
Vaak gaat dat ook gepaard met een hoge intelligentie of hoogbegaafdheid, waardoor zij in staat zijn om complexe informatie snel te verwerken, verbanden te leggen en diepgaand na te denken.
Daarbovenop zijn ze bovendien doorgaans zeer taalvaardig, gevoelig en opmerkzaam in sociale interacties.
Alleen verloopt het denken en verwerken van informatie op een andere manier, die niet altijd zichtbaar is...
Toch komt dat verschil in bepaalde situaties naar boven.
Vaak in terugkerende patronen die zich afspelen in sociale interacties, zonder dat iemand zich daar bewust van is.
Soms uit het zich in de manier waarop iemand spreekt: enthousiaster, sneller, met meerdere ideeën tegelijk. Van de hak op de tak springen, soms ook eens anderen durven onderbreken of zinnen aanvullen...
Voor de persoon zelf voelt dat als betrokkenheid, interesse of gedrevenheid, maar voor anderen kan het echter overkomen als intens, te direct of overweldigend...
Op andere momenten gebeurt net het tegenovergestelde.
Iemand trekt zich even terug uit een gesprek om na te denken, of omdat de hoeveelheid prikkels te hoog wordt.
Voor de omgeving kan die stilte of dat gedrag dan weer geïnterpreteerd worden als afstandelijkheid, desinteresse of onbeleefdheid.
Ook in humor bestaat er een groot verschil...
Ironie, sarcasme of informele grapjes, die vaak vanzelfsprekend zijn in werkomgevingen, worden niet altijd op dezelfde manier begrepen en daarom ook zeker niet altijd gewaardeerd.
Wat voor de ene persoon verbindend is, kan voor iemand anders verwarrend of ongemakkelijk aanvoelen.
Maskeren: wanneer aanpassen energie begint te kosten
Wanneer verschillen zich slechts af en toe tonen, vormen ze zelden een probleem.
Enkel wanneer dezelfde misverstanden zich blijven en blijven herhalen, kan dat wel gevolgen hebben.
Niet zozeer door het gedrag op zich, maar door de manier waarop het geïnterpreteerd wordt.
Wat begint als een klein verschil in communicatie, kan op termijn leiden tot minder kansen, sociale afstand, uitsluiting of zelfs subtiele vormen van pesterijen.
Niet vanuit slechte intenties, maar vaak vanuit een gebrek aan inzicht of bewustzijn rond neurodiversiteit.
En precies dat zien we helaas vandaag nog regelmatig terug in werkomgevingen.
Voor de persoon zelf speelt er ondertussen iets anders: een proces dat voor de buitenwereld vaak volledig onzichtbaar blijft. In stilte ontstaat er een innerlijke dialoog... Twijfel...
Zelfreflectie die steeds kritischer wordt.
Het zijn gesprekken die iedere keer opnieuw worden afgespeeld in het hoofd:
Heb ik iets verkeerd gezegd?
Kwam dit niet te direct over?
Moet ik mij anders formuleren?
Wat zullen ze denken?
Wat voor de buitenwereld een klein moment was, wordt vanbinnen iets dat blijft doorwerken.
En precies daar ontstaat bij veel neurodivergente mensen een sterk ontwikkelde vorm van aanpassing.
Ze leren kijken naar wat er verwacht wordt.
Ze stemmen hun gedrag af, nog voor iemand iets expliciet heeft uitgesproken.
Ze corrigeren zichzelf, soms nog voor ze zich bewust zijn van hun eerste impuls.
Dat proces noemen we maskeren.
Aan de buitenkant lijkt het dan alsof alles vanzelf gaat.
De persoon functioneert, werkt mee en past zich aan.
Zeker bij mensen die hoog intelligent of hoogbegaafd zijn, wordt dat maskeren vaak bijzonder verfijnd en is dit aangeleerd gedrag dat ze zich al eigen hebben gemaakt op jonge leeftijd.
Ze begrijpen snel wat er van hen verwacht wordt en ontwikkelen het vermogen om zich daar moeiteloos aan aan te passen. Zo goed zelfs, dat ze zich er vaak niet eens meer bewust van zijn dat ze het doen.
Maar die aanpassing heeft een prijs.
Aan de binnenkant vraagt het een voortdurende inspanning.
Elk gesprek wordt een afweging... Elke interactie een subtiele bijsturing.... Elke reactie een vorm van zelfmonitoring...
Wat voor anderen spontaan verloopt, wordt hier een continu proces van aanpassen.
En precies daar ontstaat spanning.
Niet omdat iemand niet wil meewerken. Niet omdat iemand zich niet wil verbinden.
Maar omdat dat aanpassen op termijn zwaar wordt.
Omdat het geen natuurlijke manier van functioneren is, maar een aangeleerde manier om te kunnen blijven meedraaien.
Een overlevingsstrategie.
Wanneer aanpassen te zwaar wordt
Wanneer dat proces te lang aanhoudt, begint het systeem onder druk te staan. Wat voor de buitenwereld klein lijkt, stapelt zich van binnen op.
Vermoeidheid... Spanning in het lichaam... Moeite om nog helder te denken...
Het gevoel dat je steeds verder verwijderd raakt van jezelf.
En net omdat zoveel van dat proces onzichtbaar is, wordt het vaak niet herkend.
Tot het echt niet meer gaat, tot de mismatch met context en werkcultuur zodanig groot is, dat het maskeren dagdagelijks dient plaats te vinden en het niet meer houdbaar is omwille van de gevolgen.
Wat dan soms zichtbaar wordt, is wat men een autistische burn-out noemt.
Maar wat daaraan voorafgaat, is meestal een langdurig proces van aanpassen, bijsturen en jezelf verliezen in verwachtingen van buitenaf.
👉zie hier de link naar mijn blog over de autistische burn-out
Een groeiend bewustzijn rond neurodiversiteit
Wanneer we hier met meer aandacht naar kijken, groeit het besef dat mensen fundamenteel verschillend kunnen zijn in hoe ze denken, waarnemen en zich bewegen binnen sociale contexten.
Veel van die verschillen blijven echter lang onzichtbaar.
Omdat mensen blijven functioneren. Ze passen zich noodgedwongen aan en proberen zo hun plaats te vinden binnen systemen die niet altijd op hen afgestemd zijn...
Tegelijk zien we dat het bewustzijn rond neurodiversiteit stilaan groeit.
Steeds meer organisaties beginnen zich af te vragen hoe werkculturen anders kunnen worden ingericht.
Hoe er ruimte kan ontstaan voor verschillende manieren van denken, communiceren en samenwerken.
Niet vanuit een probleemvisie.
Maar vanuit het inzicht dat die verschillen net een bron zijn van talent, diepgang en innovatie.
De uitdaging ligt dan ook niet in het “aanpassen” van mensen aan het systeem.
Maar in het creëren van omgevingen waarin verschillende manieren van functioneren naast elkaar kunnen bestaan.
Waar ruimte is voor eigenheid, andere manieren van kijken naar dingen en andere manieren van communiceren.
Een werkcultuur waarin mensen niet voortdurend moeten bijsturen om erbij te horen.
Maar waarin ze ook zichzelf kunnen blijven.
Misschien ligt daar wel één van de grote uitdagingen van onze tijd: Het creëren van een neuro-inclusieve werkcultuur.
Want niet elk brein volgt hetzelfde sociale script...
En, misschien... Misschien hoeft dat ook helemaal niet...
—
© Anne-Marie Touquet - Revitalized – begeleiding rond neurodiversiteit, werk en persoonlijke ontwikkeling



Opmerkingen